Gouden tijdperk 1815 – 1914

In de periode van 1815 – 1914 hadden we een klassieke goudstandaard in de Westerse wereld.

Dit betekent dat alle munten die toen bestonden zoals bvb. dollar, pond, frank,… enkel een naam waren voor een bepaald gewicht in goud. De wisselkoersen ontstonden door dat de ene munt minder gewicht in goud had dan een andere munt, dollar was bvb. 1/20 ounce en de pond sterling was ¼ ounce. Deze wisselkoersen stonden vast zolang de overheid het gewicht niet veranderde. De internationale goudstandaard werd erkend als de universele ruilmiddel dankzij de vele voordelen waaronder één groot voordeel; de mogelijkheid van een eenheidsmunt die over grote gebieden kon gebruikt worden in plaats van een aparte munt in elke stad of regio. Dit is ook één van de redenen dat de groei en welvaart ontzettend toenam in de Verenigde Staten in die tijd.

De specialiserende beroepen en de internationale variatie van arbeid konden hierdoor meer toenemen.

De overheid heeft goud niet als de standaard monetaire ruilmiddel gekozen, dit werd door de vrije markt gedaan doordat het aan bepaalde eigenschappen voldeed als geld en daarmee stabiel was en het hiermee gewenste monetaire ruilmiddel.

Het aanbod van goud werd gestuurd door de marktmechanisme en niet door de overheid met hun drukpersen.

Dankzij de marktwerking werd de inflatie op de lange termijn onder controle gehouden en een niet te onderschatten voordeel, de overheidsfinanciën waren min of meer stabiel doordat de overheid geen geld konden bijverzinnen.

De volgende conjunctuurcycli werd waargenomen onder een goudstandaard;

Als een land haar geldhoeveelheid (papier geld) uitbreid met dezelfde aantal producten / goederen / diensten , dan stijgen de prijzen in dat land. De stijgende inkomens in papier geld zal de buitenlandse import stimuleren dat word aangemoedigd doordat de producten … in het buitenland goedkoper worden dan dezelfde producten … in het binnenland. Tegelijkertijd word de export naar het buitenland ontmoedigt door de hoge prijzen in het binnenland. Dit resulteert in een tekort van het betalingsbalans en word afgestraft door het buitenland doordat ze de valuta van dit land gaan omruilen in goud. Dit komt omdat het vertrouwen van de verlieslatende economie gedaald is en daardoor het vertrouwen van de valuta dat uitgegeven is van datzelfde land ook verminderd is en daarmee zijn waarde verliest.

Omdat nu het goud van de schatkist naar het buitenland verdwijnt, moet de overheid het overtollige papiergeld uit de markt halen om te voorkomen dat al haar goud verdwijnt. Om de inflatie te bestrijden zullen de binnenlandse banken de deposito rekeningen en kredietleningen drastisch verminderen zodat de buitenlanders terug het vertrouwen krijgen dat de valuta zijn waarde herneemt. Door de inkrimping van de geldhoeveelheid zullen de prijzen in het binnenland dalen en daardoor zal de export terug toenemen. Door dit effect zal het goud terug in dit land stromen totdat de prijzen van het buitenland en het binnenland terug gelijk zijn.

Deze conjunctuurcycli onder een goudstandaard werd door een natuurlijk mechanisme automatisch onder controle gehouden zolang het door de overheid werd toegelaten om het handelssysteem schoon te maken volgens die bepaalde weg.

De overheden hadden altijd de gewoonte om zo’n cyclus te beïnvloeden , vooral om de snelheid van veranderingen die gepaard gaan bij zo’n cyclus te vertragen. Uiteindelijk won de vrije markt altijd en konden de conjunctuur cyclussen niet al te groot worden of niet al te zeer worden opgeblazen (inflatie).