1968 – 1971
Naarmate de dollars in het buitenland werd opgestapeld ( de zogenaamde Eurodollars) en het goud voorturend wegstroomde naar andere landen, werd het voor de VS onmogelijk om de prijsverhouding van dollar – goud te blijven hanteren in de vrije goudmarkten.
Door deze gebeurtenissen begonnen Europese overheden en particulieren steeds meer hun dollars om te ruilen in goud.
Om de vaste prijs te blijven hanteren in de vrije goudmarkten, was Amerika verplicht om zijn goudvoorraad verder te laten slinken richting Zürich en London.
Door een vertrouwenscrisis in de dollar , besloot de Amerikaanse regering om de dollar te koppelen aan het goud met een vaste prijs ongeacht wat de vrije markt doet. Door deze actie werd de vraag naar goud volledig gescheiden van de monetaire overeenkomsten van de wereld die hun eigen gang konden gaan.
Door het scheiden van de monetaire verplichtingen en het goud in de vrije markt, had de Amerikaanse overheid de val van het monetair systeem enkel uitgesteld. De dollars werden nog steeds bijgedrukt en opgestapeld in diverse landen.
In het najaar van 1971 probeerde President Nixon de prijzen en lonen vast te leggen met de hoop om de inflatie te beteugelen en daarmee bracht hij ook bruusk een einde aan het Bretton Woods systeem.
Doordat de Europese centrale banken begonnen te dreigen met het massaal omruilen van hun grote voorraad, besloot Nixon om volledig af te stappen van het goud.
Het was de eerste keer in de Amerikaanse geschiedenis dat een munt volledig fiat geworden is, zonder enige dekking van het goud.
Door de nieuwe situatie dreigde een chaos te ontstaan dat bestond uit valutablokkades, concurrerende devaluaties, economische oorlogvoering en de ineenstorting van de internationale handel gevolgd door een wereldwijde depressie.





